woensdag 10 oktober 2012

Gameverslaving en Maatschappelijk werk.

Jarenlang is de agressiviteit in games en het effect op de gebruikers hiervan in debatten en de media aan de orde gekomen. Nu er steeds meer onderzoek plaats vindt verschuift de aandacht van de agressie naar de verslaving aan games. In 2012 bekijkt de American Psychiatric Association of dat het compulsief spelen van games als gameverslaving opgenomen kan worden in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (Science Daily, 2007). Deze opname zal voor het maatschappelijk werk betekenen dat de behandeling voor gameverslaving een aanzienlijk groter deel binnen het bestaande hulpverleningsaanbod van het maatschappelijk werk gaat innemen. Deze aandacht voor dit onderwerp heeft mij ertoe aangezet dit onderwerp te behandelen in deze paper. 

Geschiedenis 
Een van de vele contexten waar het maatschappelijk werk in werkt is de verslavingszorg. Het begin van de verslavingszorg werd rond 1900 opgezet in de vorm van klinieken voor alcoholverslaafden. De behandeling voor deze vorm van verslaving stond aan de wortels van de verslavingszorg. Artsen kregen in de jaren `50 van dezelfde eeuw beschikking over medicatie voor de behandeling van alcoholverslaving.  
De medische insteek blijft zichtbaar doordat de verslavingszorg rond het jaar 1970 methadon verstrekt aan heroïneverslaafden. Tussen de jaren 1975 en 1985 ontstonden er de hiërarchische therapeutische gemeenschappen die als doel hadden dat de verslaafden op een volwassen manier hun emoties verwerkten. Deze hulpverlening was hoogdrempelig doordat de therapeuten hoge eisen stelde met betrekking tot de motivatie van de verslaafden. Rond de jaren negentig sloten een aantal van deze instanties hun deuren en anderen zijn omgevormd tot instellingen binnen de context van de verslavingszorg die wij nu kennen (Maassen, 2006). 
Halverwege de jaren 80 van de vorige eeuw deed ook gokverslaving zijn intrede in de Nederlandse samenleving. De overheid wilde niet dat de toenmalige Consultatiebureaus voor Alcohol en Drugs zich concentreerden op gokverslaving maar dit verbeterde rond 1990. Het bestaande verbod op preventie en hulp bij gokverslaving kwam tot een einde doordat de verslavingszorg expliciet toestemming kreeg om de benodigde hulp te verlenen. Na enkele jaren kwam voor deze groep ook budget vrij zodat de hulpverlening voor gokverslaving verbeterd kon worden. 
In het begin van 1990 is de hulpverlening aan verslaafden geprofessionaliseerd mede door de opkomst van nieuwe verslavende middelen als cocaïne en speed. Ook moesten er nieuwe inzichten opgedaan worden omdat het drugsprobleem en de omliggende problematiek steeds groter en meer complex werd (FOMAT, 2010). 
Inmiddels zijn drugs-, alcohol- en gedragsverslavingen bekend binnen het maatschappelijk werk en daarmee ook de verslavingszorg.  
Een nieuwe vorm van verslaving is internetverslaving. Dit problematisch internetgebruik wordt mede veroorzaakt door de oneindigheid van het internet. Binnen de Nederlandse verslavingszorg worden internet- en gameverslaving als eenzelfde soort verslaving gezien. De oorzaken, gevolgen en behandelingen zijn dan ook voor beide verslavingen hetzelfde. 
Omdat gameverslaving een relatief nieuw fenomeen is welke nog niet officieel te diagnosticeren is, kan niet met zekerheid worden vastgesteld wanneer gameverslaving zijn intrede deed in de samenleving. In 2006 werd de eerste kliniek met behandeling voor gameverslaving geopend waarmee gesteld kan worden dat gameverslaving al enkele jaren op de achtergrond aanwezig is (Van der Linde, 2011).  

Een gameverslaving is volgens Willeke Koppenol (2008) een chronisch compulsief gebruikspatroon van games, waarbij spelers, ondanks de problemen die ze daardoor ondervinden, niet kunnen stoppen met spelen. Zij geeft aan dat het maatschappelijk werk de komende jaren steeds meer te maken krijgt met gameverslaving. Naast de diversiteit aan apparaten als de playstation en Xbox zijn in games een aantal genres te onderscheiden. De First Person Shooters(FPS) zijn spellen waarbij de speler zelf een wapen vast heeft om deze vervolgens te gebruiken tegen medegamers. Daarnaast zijn er Massivly Multiplayer games(MMOG) als Counter-Strike. Deze games maken het mogelijk om met duizenden gamers tegelijk een strijd aan te gaan in een virtuele wereld. Er is geen enkel genre binnen gaming waar zoveel tijd, geld en aandacht aan wordt besteed als de MMO games (Lemmens, 2007). 
De meest gespeelde én verslavende spellen zijn Massively Multiplayer Online Roleplaying Games(MMORPG). Voorbeelden hiervan zijn World of Warcraft en Everquest. Bij deze games neemt de speler een rol aan en beweegt zich in een virtuele wereld vol medegamers. World of Warcraft heeft wereldwijd twaalf miljoen gebruikers (van Bunt, 2010). 
In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken is de personal computer de meest gebruikte gameconsole. Onderzoek van het CBS wijst uit dat 88% van de Nederlandse gezinnen in 2008 een computer met internet bezit. De toegankelijkheid tot het spelen van games wordt dus vergemakkelijkt door de norm om een computer in bezit te hebben 
(Andriessen, 2009). 

De doelgroep 
De doelgroep binnen gameverslaving bestaat vooral uit mannelijke spelers tussen de 13 en 30 jaar. Volgens een recent onderzoek van Toon van Rooij (2011), werkzaam bij het Erasmus Medisch Centrum, zijn er in Nederland 12.000 jongeren die compulsief gamen in de leeftijdscategorie van 13 tot 16 jaar.  
Gezien de gemiddelde leeftijd van de spelers van World of Warcraft 26 jaar is, wordt met dit onderzoek een grote leeftijdscategorie aan gameverslaafden buitengesloten. De aantallen voor verslaafden in Nederland liggen dan ook hoger dan met dit onderzoek kan worden aangetoond. Lemmens (2007) stelde een aantal jaren geleden dat in Nederland ongeveer 20.000 mensen gameverslaafd zijn. Ik verwacht dat dit getal inmiddels aanzienlijk hoger ligt. 

Effecten 
Net als iedere andere verslaving heeft ook het compulsief gamen verschillende positieve en negatieve effecten.  
Een positief effect is een verbeterde hand-oog coördinatie. Dat wil zeggen dat er een beter samenwerking is tussen wat er gevoeld wordt en wat er zichtbaar is in het gezichtsveld. Daardoor kan er beter afgewogen worden door de hersenen welke spier er ingezet moet worden bij een beweging.  
De negatieve fysieke gevolgen zoals slaaptekort en vetzucht zijn een onderdeel van gameverslaving. Een aantal andere gevolgen zijn isolement, verslechterde schoolprestaties, een groter gevoel van eenzaamheid en sociale angst. Ook zorgt het spelen van agressieve games voor een verminderde gevoeligheid voor agressie in de werkelijkheid.  
Tot slot zijn de meeste verslaafden verslaafd aan meerdere middelen. Dit wordt ook wel multigebruik genoemd. Naast de gameverslaving wordt er ook vaak overmatig cannabis gebruikt (Lemmens, 2007).  
De verslaafde jongeren kennen de gamecultuur en daarbij behorende taal, regels en vaardigheden. Dit is kennis waar zij in het werkelijke leven niet over beschikken. Hierdoor is het werkelijke leven, ondanks alle negatieve bijzaken, een stuk minder interessant en uitdagend als de virtuele gamewereld. Kortom zorgen al deze factoren samen voor een verminderde participatie aan de samenleving. Deze participatie is juist wel hetgeen waar het huidige maatschappelijk werk zich op richt (NVMW, 2010). 

De individualistische maatschappij in Nederland is gericht op presteren. Het volgen van een opleiding en het hebben van een baan behoort tegenwoordig tot een van de normen binnen de maatschappij. Er zijn veel jongeren die niet kunnen voldoen aan deze norm en een aantal van deze jongeren vlucht hierom dan ook in een virtuele wereld. Dit wordt escapisme genoemd (Lemmens, 2007).  
Technologie en de digitalisering is een belangrijke factor binnen gameverslaving. Er komen steeds meer gameconsoles, games en andere technologische snufjes op de markt die het spelen van games aantrekkelijk maken. 
Behalve de ontwikkeling van technologie zijn er ook een aantal individuele factoren van invloed op het verslaafd raken aan games. Het geheugen, de aandacht, het probleemoplossend vermogen en andere hersenfuncties worden intens gebruikt tijdens het gamen. De stof dopamine wordt aangemaakt en geassocieerd met het deel van de hersenen dat met plezier en beloning te maken heeft. Dit kan verklaren waarom iemand steeds meer van dezelfde stimulans wil voelen. Ook de verslavingsgevoeligheid van een persoon kan ervoor zorgen dat zij verslaafd raken aan het spelen van games. Deze personen zijn vatbaar voor meerdere vormen van verslaving (Lemmens, 2007). 

Plan van Aanpak 
Games worden tegenwoordig ingezet om chirurgen beter te laten presteren, om soldaten te rekruteren en als leermiddel op scholen. Het internet en ook games nemen een steeds grotere plaats in binnen onze samenleving. 
Er is wereldwijd meer aandacht voor gameverslaving middels onder andere wetgeving. In  Vietnam is er een wet opgesteld welke inhoud dat er na 22:00 uur niet meer gegamed mag worden (Pearson, 2011). 
De technologie blijft zich ontwikkelen en naast de steeds vernieuwende online roleplaying games blijven er nieuwe genres en consoles opkomen. Deze ontwikkelingen in technologie zorgen ervoor dat gameverslaving de verslaving van de toekomst wordt. Door de grote aantallen van gameverslaafden zullen niet alleen maatschappelijk werkers binnen de verslavingszorg met dit fenomeen te maken krijgen maar ook het school maatschappelijk werkers, medewerkers bij jeugdzorg, het algemeen maatschappelijk werk en organisaties als Centra voor Jeugd en Gezin. Als maatschappelijk werker ben je op de hoogte van trends en ontwikkelingen die van belang zijn voor het adequaat uitoefenen van je werk. Toch blijkt dat de kennis over dit groeiende onderwerp nog niet in bezit is van de meeste maatschappelijk werkers. Daarom moet deze kennis binnen het beroep vergroot worden want ook deze groep verslaafden behoort tot de doelgroep van het maatschappelijk werk. 
Volgens een assistent professor aan de universiteit van Yale is een gameverslaving een ernstige ziekte die door een combinatie van medicatie en cognitieve gedragstherapie bestreden moet worden. Andere instellingen geven aan dat alleen een cognitieve gedragstherapie voldoende moet zijn om iemand van een gameverslaving af te helpen.  
Er zijn een aantal behandelingen die op dit moment tegen gameverslaving worden ingezet. Voorbeelden hiervan zijn het medisch model, gezinsbehandeling, minimale interventie of onmiddellijke onthouding. Ieder van deze modellen heeft zijn eigen voor- en nadelen (Lemmens, 2007).  
Omdat gameverslaving geen officiële diagnose is, is er weinig onderzoek gedaan naar de effecten van behandelingen. Hierdoor is er tot op heden geen eenduidige, effectieve behandeling tegen gameverslaving ontwikkeld.  
De nieuw opgezette Centra voor Jeugd en Gezin kunnen in de behandeling en het vergroten van kennis over gameverslaving een rol spelen. Op dit moment worden tips voor diverse verslavingen opgenomen in het aanbod van de CJG`s. Wanneer er ook tips tegen gameverslaving in het aanbod worden opgenomen, wordt er een begin gemaakt met het verspreiden van kennis onder de doelgroep (NetSourcing, 2010). Met een groeiende doelgroep binnen de verslavingszorg moeten maatschappelijk werkers meer kennis over het onderwerp gameverslaving opdoen. Ik vind dat er een eenduidige, effectieve behandeling tegen gameverslaving ontwikkeld en onderzocht moet worden. Dit kan alleen bereikt worden wanneer er meer aandacht wordt gevraagd en er meer onderzoek wordt uitgevoerd naar de verslaving van de 21e eeuw, gameverslaving.  

zaterdag 6 oktober 2012

Gelukkige ik...

Ieder mens is anders en uniek. Of dat iemand nu naar je kijkt van dichtbij of van een afstand, door een bril of een vergrootglas, ondersteboven of achterstevoren, niemand ziet jou binnenkant.
Dat is maar goed ook natuurlijk want de oordelen over kledingstijlen, tatoeages en de `jeugd van tegenwoordig` vliegen je zo ook al om de oren. Laat staan als je met je meest donkere gedachten of gênante ervaringen naar buiten komt.
De meeste mensen laten dat deel van zichzelf dan ook liever achterwege.
Maar is het echt logisch om je tijd te verspillen aan schaamte voor iets terwijl je nooit de enige zal zijn die er mee te maken krijgt, ook al kan dat wel zo voelen. Het maakt niet uit of je nu last hebt van je schoonouders, een ingegroeide teennagel of een persoonlijkheidsstoornis want ondanks dat ben jij toch jezelf.
Natuurlijk kan je je anders voordoen tegenover de wereld maar de harde realiteit zal zich ook niet aanpassen aan hoe jij het graag zou zien.
Je moet je niet aanpassen of verbergen want jouw identiteit maakt jou uniek.
En uniek is mooi....hoe je er ook naar kijkt!

Piep...Piep...piep, en toen ging de wekker. Mooie woorden maar natuurlijk maar de halve waarheid. Er zijn genoeg negatieve dingen op de wereld en sommige mensen die zichzelf zijn, zijn helemaal niet mooi. Toen een volwassen man mijn tand uit mijn mond sloeg, sloeg hij ook mijn eigenwaarde en vertrouwen in mijzelf en alles om mijn heen uit mijn lijf. Hoe uniek die situatie, die klap en daarmee zijn gedrag ook was, er was niks moois aan. Op zo`n moeilijk moment ligt de sleutel van een goed gevoel in niks anders dan acceptatie.
Verander wat je niet accepteren kunt, en accepteer wat je niet veranderen kan.
Tijdens mijn opleiding als maatschappelijk werkster heb ik geleerd mijzelf te bevragen. Kan ik wat veranderen aan de situatie? Wat kan ik dan veranderen? Hoe ga ik het veranderen? Het moeilijkst zijn de situaties die buiten je macht liggen. Net als die klap op mijn gezicht waar ik niks meer aan kon veranderen. Tenminste, dat dacht ik! Want het enige wat ik hoefde te doen is accepteren dat ik er niets (meer) aan kon doen en dat ook gewoon niet meer willen. Toen dat eenmaal lukte kreeg ik rust van de vragen, het schuldgevoel, het schaamtegevoel & het verdriet. 
Nu ben ik vijf jaar ouder en kom ik erachter dat het accepteren van andermans beperkingen gemakkelijker is dan het accepteren van je eigen tekortkomingen. 
Het is nu ruim twee maanden geleden dat een dokter eindelijk een antwoord had voor jarenlange pijn aan mijn knieën. Een gescheurde meniscus en een cyste. Hoop en blijdschap zijn inmiddels vervangen door wanhoop en verdriet met een vleugje angst want tijdens de operatie bleek dat er niets mis is met mijn knie. En nu is voor mij de belangrijkste vraag; Hoe moet ik accepteren als ik niet weet WAT ik moet accepteren? Het geluksgevoel is zoek en de weg ernaartoe ook.
Misschien ligt het antwoord in mijzelf. Ik geloof niet in een god maar wel in mezelf. Cliché maar ik geloof in mijn goede eigenschappen en mijn afdruk op de wereld. Misschien moet ik maar gewoon eens kijken naar wat ik nog wel kan laten zien van mijn persoon. De laatste tijd is de lieve dochter, ondersteunende vriendin, gezellige zus en hardwerkende collega ver te zoeken en het wordt tijd dat ik mijn focus ga verleggen van pijn, angst en verdriet naar de manier waarop ik mijn rollen wel kan vervullen. De hoogste tijd!